Castellio: vroege held van religieuze tolerantie

 



Sebastian Castellio (1515-1563) verdiende in 1553 de heldenstatus. In dat jaar zorgde de humanist Castellio er voor dat religieuze tolerantie een plaats kreeg op de Europese agenda. Aanleiding voor Castellio’s actie was de terechtstelling in Genève van Michael Servet.  

Na eerder te zijn gearresteerd in het Franse Vienne, onvluchtte Servet de inquisitie en kwam terecht in Genève. Het oordeel van de leidsmannen van Genève verschilde echter niet van dat van die in Vienne: Servet loochende de triniteit, was dus een ketter en moest daarom sterven. Op gruwelijke wijze stierf Servet op de brandstapel.

Servet deelde het lot van menig dissenter. Mensen die de kerkelijke grenzen te rigoureus overschreden, liepen grote gevaren. De zestiende eeuw was ervan overtuigd dat een al te afwijkende geloofsopvatting de gehele maatschappelijke orde ondermijnde. Ketterij kon de maatschappij ontwrichten en Gods toorn over stad en land afroepen. De vervolging van ketterij was van deze opvatting het logisch gevolg. Het was de plicht van een overheid te waken over het geloof van haar onderdanen om zodoende de maatschappelijk orde te bewaken.

Maar Castellio zag het allemaal anders. Nadat Servet op de brandstapel was gestorven, liet Castellio vanuit Bazel een vlammend protest horen tegen de vervolging van ketters. Geloof ging volgens hem niet in de eerste plaats over dogma’s, maar over het juiste handelen. Bij Castellio verschoof de ketterdefinitie. Een ketter werd bij Castellio iemand die verkeerd handelde. Doordat Castellio minder dan zijn tijdgenoten hing aan geloofswaarheden, kon hij ruimte creëren voor het individuele geweten. Geloof was volgens hem een gewetenszaak en daar had de overheid geen zeggenschap over. Niet langer was de overheid verantwoordelijk voor de vroomheid van haar onderdanen. De overheid moest ervoor zorgen dat burgers in rust en vrede konden samenwonen.

Castellio’s pleidooi voor gewetensvrijheid en tegen de vervolging van ketters kwam niet uit de lucht vallen. Met name vervolgde dopers hadden reeds geprotesteerd tegen de niets en niemand ontziende wijze waarop de overheden hen het leven zuur maakten. Iemand als de Nederlandse doper David Joris had betoogd dat hij een brave burger was die niemand kwaad berokkende. Het was oneerlijk, zo schreef hij aan het Hof van Holland, dat mensen die niets anders wilden dan leven in overeenstemming met hun geloof, meer van het justitiële apparaat te verduren hadden dan dieven en rovers. David Joris nam de wijk naar Bazel. Zijn gedreven pleidooi voor tolerantie werd nauwelijks door iemand serieus genomen. Maar Castellio tilde het tolerantie-pleidooi naar een hoger plan. Hij wist primaire gevoelens van onrecht te transformeren tot een intellectueel betoog dat invloed kon krijgen.

Met name dankzij Stefan Zweig werd Castelllio een held die op grond van het geweten opstond tegen het geweld en de macht van Calvijn en de zijnen. Tegen de “Gehorsamsmaschinerie”. Zweig schreef zijn boek in 1936. Na de Tweede Wereldoorlog werd Castellio de held van een vrijzinnig protestantisme, een grondlegger van de Amerikaanse vrijheidsgedachte.

Met zijn pleidooi voor religieuze tolerantie steeg Castellio boven zijn eigen tijd uit. Toch bleef hij in veel opzichten ook een man van de zestiende eeuw. Castellio kon zich waarheid noch beschaving indenken buiten de christelijke traditie om. Castellio’s tolerantie eindigde bij de grenzen van de christelijke wereld. Hij was bovendien een aanhanger van de extatische visionair David Joris: een sympathieke pleitbezorger voor tolerantie én de zestiende-eeuwse variant van Lou de Palingboer. Hij claimde de nieuwe David te zijn en eiste van zijn aanhangers gehoorzaamheid. Voor Castellio’s sympathie voor David Joris en voor de beperking van tolerantie tot de christelijke traditie is in het onderzoek nauwelijks aandacht.

Castellio is echter een held met twee kanten: enerzijds iemand die boven zijn tijd uitsteeg, anderzijds een zestiende-eeuwer die zich net zo min als anderen volledig kon ontworstelen aan de beperkingen van zijn tijd.


Deze column verscheen eerder op de website protestant.nl